Strada lex - Tijdschriften - Tijdschrift voor Notarissen https://www.stradalex.com/ Strada lex - Tijdschriften - Tijdschrift voor Notarissen fr-be Copyright 2019 Strada lex - DBiT info@stradalex.com (info) Strada lex - Tijdschriften - Tijdschrift voor Notarissen https://www.stradalex.com/img/public/logo.png https://www.stradalex.com/ 103 60 Logo Strada lex Devos, S., « De hervorming van het ondernemingsrecht en de gevolgen voor de notaris als onderneming », T. Not., 2019/9, p. 715-729 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p715 Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p715 Ghysens, A., « Kroniek van de Vlaamse registratiebelasting 2018-2019 », T. Not., 2019/9, p. 730-749 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p730 Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p730 Draye, A., « Flash: Het decreet houdende de gemeentewegen in werking », T. Not., 2019/9, p. 750-755 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p750 Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p750 Grondwettelijk Hof, 8 december 2017, nr. 80/2019, T. Not., 2019/9, p. 756-767 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p756 Bij arrest nr. 80/2019 van 23 mei 2019 vernietigde het Grondwettelijk Hof artikel 52, 4° van de Codextrein omdat het Hof de gewijzigde definitie van het begrip "verkavelen" in strijd achtte met het standstill-beginsel uit artikel 23, derde lid, 4° van de Grondwet. Door dit vernietigingsarrest moet worden teruggevallen op de oude definitie van het begrip "verkavelen", waardoor er nu opnieuw een "veralgemeende" verkavelingsplicht geldt, ook als slechts één van beide percelen onbebouwd is.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p756
Vred. Westerlo, 3 april 2019, T. Not., 2019/9, p. 768-785 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p768 Om aan te tonen dat de gebruiker effectief over pachtrechten beschikt, dan kan de gebruiker zich beroepen op het algemeen bewijsrecht in burgerlijke zaken, zoals de buitengerechtelijke bekentenis. Een onderhandse akte heeft slechts bewijskracht indien deze wordt erkend door de andere partij; de ontkenning van de handtekening is voldoende om de bewijskracht te ontnemen.

 

Daarnaast kan de gebruiker zich beroepen op de bijzondere bewijsregels van artikel 3 van de Pachtwet.

 

Om bewijs van pacht overeenkomstig artikel 3 van de Pachtwet te leveren, is in hoofde van de gebruiker een reële bedrijfsmatige exploitatie van het landeigendom met economisch oogmerk vereist.

 

In casu wordt het materiële feit van bedrijfsmatige exploitatie door de gebruiker niet geleverd.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p768
Gent, 21 februari 2019, T. Not., 2019/9, p. 769-775 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p769 Geen grondwettelijke en/of internationaalrechtelijke bepalingen aangaande gelijkheid en non-discriminatie dan wel strekkende tot eerbiediging van het privé-leven (inz. de artt. 10-11 en 22 GW, art. 8 EVRM en de artt. 17 en 23 BUPO) staan als zodanig eraan in de weg staan dat een meerderjarige door omstandigheden pas na vele jaren ageert tegen zijn vermeende biologische vader om zodoende de biologische waarheid te doen primeren boven de socio-affectieve werkelijkheid en de familiale rust.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p769
Gent, 31 januari 2019, T. Not., 2019/9, p. 776-782 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p776 Het streefdoel bij EOT-overeenkomsten is dat ze allesomvattend zijn, zodat de contractspartijen alle gevolgen van de echtscheiding insluiten, derwijze dat verdere vereffeningverdeling wordt uitgesloten. Dit streefdoel is soms onvolkomen. Het verbintenissenrecht speelt.

 

Krachtens de artikelen 2048-2049 BW is een EOT-regelingsakte met het karakter van een dading beperkt tot haar voorwerp, gelet op de bedoeling van de contractspartijen. Deze wetsbepalingen vormen in feite een bijzondere toepassing van de artikelen 1156 en 1163 BW. Zij herhalen enerzijds dat de wil van de partijen voorrang heeft op de uitgedrukte wil (art. 2049 BW) en anderzijds dat overeenkomsten (zeker ingeval zij een afstand van recht tot voorwerp hebben) tussen de partijen

restrictief moeten worden uitgelegd (art. 2048 BW).

 

In geval van betwisting komt het de feitenrechter toe, gelet op voormelde interpretatieregels, de draagwijdte te bepalen. De subjectieve werkelijke partijbedoeling gaat voor op de verklaarde wil. Het past de werkelijke intentie van de partijen te achterhalen zoals die bestond op het ogenblik van de rechtshandeling. Voorts past een restrictieve interpretatie. De feitenrechter kan derhalve bezwaarlijk de draagwijdte van de dading uitbreiden tot elementen waarover de contractspartijen geen regeling troffen.

 

Vergeten vermogenselementen hebben hun voor de EOT geldende huwelijksvermogensrechtelijke statuut behouden, derwijze dat in zoverre alsnog vereffening-verdeling zich opdringt.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p776
Gent, 31 januari 2019, T. Not., 2019/9, p. 777-785 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p777 Het streefdoel bij EOT-overeenkomsten is dat ze allesomvattend zijn, zodat de contractspartijen alle gevolgen van de echtscheiding insluiten, derwijze dat verdere vereffening-verdeling wordt uitgesloten. In die optiek moet ervan worden uitgegaan dat de EOT-overeenkomsten een voorafgaand (deel)akkoord overkappen dan wel wijzigen.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p777
Antwerpen, 12 juni 2019, T. Not., 2019/9, p. 778-783 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p778 Aandelen op naam zijn vatbaar voor onrechtstreekse schenking. Het loutere feit dat het aandelenregister ondertekend is door de schenker en de begiftigde maakt van dit register nog geen akte houdende schenking in de zin van art. 931 BW. De overdracht animo donandi van aandelen op naam kan gebeuren via een daartoe overeenstemmende inschrijving in het aandelenregister. Deze inschrijving heeft zakelijke werking, ook inter partes.

 

De niet-authentieke vermeldingen van een authentieke akte leveren tussen partijen het volledig bewijs op van de overeenkomst die zij vaststellen (art. 1319 BW). Tegenbewijs is enkel mogelijk d.m.v. een bekentenis, een gedingsbeslissende eed, dan wel van een andere afwijkende akte, ondertekend door de tegenpartij. De (authentieke of onderhandse) akte levert tussen partijen bewijs op, zelfs van hetgeen daarin slechts bij wijze van vermelding wordt uitgedrukt, mits de vermelding rechtstreeks verband houdt met de beschikking, zo niet kunnen deze vermeldingen alleen dienen als begin van bewijs (art. 1320 BW). Met ‘beschikking van de akte', waarvoor de volledige bewijskracht van de akte geldt, worden de beschikkende handelingen bedoeld, d.w.z. de rechtshandeling(en) waartoe de ondertekenaar van de akte zich verbindt, niet alleen de primaire rechtshandeling waartoe de akte hoofdzakelijk werd opgemaakt, maar ook de eventuele secundaire rechtshandelingen die de primaire rechtshandeling voorafgaan of daarop aansluiten, maar in ieder geval daarmee rechtstreeks verband houden.

 

Het loutere feit dat de begiftigde gerechtelijke stappen heeft gezet om haar rechten te laten gelden op de geschonken aandelen kan geen belediging uitmaken. Het recht op toegang tot de rechter is een grondwettelijk en internationaalrechtelijk gewaarborgd grondrecht.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p778
Gent, 8 april 2019, T. Not., 2019/9, p. 784-790 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p784 Een eerste rang hypothecaire schuldeiser gaat steeds voor, en ziet zijn vordering eerst aangezuiverd, ook al doet hij geen aangifte van zijn vordering bij de curator van het faillissement. Hij moet wel aangifte doen van zijn vordering voor het saldo, waarvoor hij niet hypothecair gedekt is.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p784
Vred. Westerlo, 5 juni 2019, T. Not., 2019/9, p. 791-797 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p791 Art. 35 Veldwetboek bepaalt de afstand van hoogstammige bomen tot het naburig erf op 2 meter. Door 30-jarige verjaring kan een afwijking op deze afstand bekomen worden. Deze verjaring kan onder meer afgeleid worden uit de ouderdom van de boom in kwestie. Dit neemt niet weg dat de boom hinder kan veroorzaken waaraan kan verholpen worden door de boom op passende wijze te snoeien (art. 544 BW), zonder dat het snoeien de leefbaarheid van de boom in het gedrang mag brengen.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p791
Weyts, L., « Boekbespreking (T.Not. 2019, nr. 9) », T. Not., 2019/9, p. 798-799 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/tnot2019_9p798 Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 tnot2019_9p798