Strada lex - Tijdschriften - Nullum Crimen https://www.stradalex.com/ Strada lex - Tijdschriften - Nullum Crimen fr-be Copyright 2019 Strada lex - DBiT info@stradalex.com (info) Strada lex - Tijdschriften - Nullum Crimen https://www.stradalex.com/img/public/logo.png https://www.stradalex.com/ 103 60 Logo Strada lex Rozie, J., « De recidivewet van 5 mei 2019: de vergiftigde kers op de repressieve taart », N.C., 2019/4, p. 291-302 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p291 Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p291 GwH, 14/02/2019, nr. 24/2019, N.C., 2019/4, p. 303-309 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p303 Artikel 4 V.T.Sv. schendt de artikelen 10 en 11 Gw., in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM, in zoverre het algemene rechtsbeginsel van het gezag van het strafrechtelijk gewijsde voor de burgerlijke rechter erin is vastgelegd, in die zin geïnterpreteerd dat de partij die tijdens een strafproces is veroordeeld en die vervolgens is opgeroepen voor de burgerlijke rechter, in dat burgerlijk proces niet het bewijs kan genieten dat in die burgerlijke zaak door een derde bij het strafgeding is geleverd en waarbij de elementen afgeleid uit het strafgeding worden weerlegd. Dezelfde bepaling schendt niet de artikelen 10 en 11 Gw., in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM, in die zin geïnterpreteerd dat de partij die tijdens een strafproces is veroordeeld en die vervolgens is opgeroepen voor de burgerlijke rechter, in dat burgerlijk proces het bewijs kan genieten dat in die burgerlijke zaak door een derde bij het strafgeding is geleverd en waarbij de elementen afgeleid uit het strafgeding worden weerlegd.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p303
Cass. (2e k.), 30/05/2017, P.14.1719.N, N.C., 2019/4, p. 309-310 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p309 Er is een zwaardere straf in de zin van artikel 2 Sw. indien de straf die de beklaagde kon oplopen op het ogenblik van de rechterlijke beslissing, zwaarder is dan de straf die hij kon oplopen op het tijdstip van het plegen van de feiten. Daartoe moet de op het ogenblik van de feiten toepasselijke maximum hoofdgevangenisstraf worden vergeleken met de op het ogenblik van de rechterlijke beslissing toepasselijke maximum hoofdgevangenisstraf. Die maximum hoofdgevangenisstraf wordt bepaald rekening houdend met het op het ogenblik van de feiten respectievelijk op het ogenblik van de rechterlijke beslissing geldende herhalingsregime en dit ongeacht de tijdsvoorwaarden waarin die bijzondere herhalingsregimes voorzien.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p309
Cass. (2e k.), 27/03/2018, P.17.1061.N, N.C., 2019/4, p. 310-312 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p310 Herhaling is een persoonlijke verzwarende omstandigheid die inhoudt dat een of meerdere nieuwe misdrijven worden gepleegd binnen een bij de wet bepaalde periode nadat de schuldige bij een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing tot een straf is veroordeeld wegens een of meer eerder gepleegde misdrijven en daardoor voor het nieuwe misdrijf zwaarder kan worden gestraft. Daarvoor is vereist dat de wet die de strafverzwaring wegens herhaling bepaalt, van kracht is op het ogenblik van het plegen van het nieuwe misdrijf. Het feit dat het eerdere misdrijf dat de grondslag van de herhaling uitmaakt, gepleegd werd vóór de inwerkingtreding van die wet, doet daaraan geen afbreuk en heeft geen retroactieve toepassing van een strengere strafwet voor gevolg. De staat van herhaling is immers beslissend voor de bepaling van de straf op het nieuwe strafbare feit, terwijl die straf, hoewel zwaarder, geen invloed heeft op de eerdere veroordeling die ongewijzigd blijft bestaan.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p310
Cass. (2e k.), 18/09/2018, P.17.0544.N, N.C., 2019/4, p. 312-313 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p312 Er is sprake van een strafvervolging in de zin van artikel 6.1 EVRM en van voormelde bepalingen wanneer de vervolging beantwoordt aan een strafrechtelijke kwalificatie volgens het interne recht, de inbreuk volgens haar aard geldt voor alle burgers of de sanctie op de inbreuk volgens haar aard en haar ernst een repressief of preventief oogmerk heeft. De omstandigheid dat een sanctie door feitelijke omstandigheden geen daadwerkelijke en concrete gevolgen heeft voor de overtreder is bij die beoordeling niet relevant. De sanctie van de uitsluiting van het recht op uitkeringen als bedoeld door artikel 153, eerste lid, 2° Werkloosheidsbesluit beoogt de handhaving van een norm met een algemene draagwijdte en dus de bescherming van het algemeen belang zoals dat traditioneel wordt beschermd door het strafrecht. De sanctie is repressief en preventief van aard. Ze beoogt geen herstel van de geleden schade, maar het bestraffen van de overtreder en te voorkomen dat hij zich in de toekomst nog aan dergelijke feiten schuldig maakt. Ze kan voor de overtreder aanzienlijke pecuniaire gevolgen hebben. Aldus beantwoordt de procedure die leidt tot deze sanctie, aan een strafvervolging in de zin van artikel 6.1 EVRM.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p312
Cass., 16/10/2018, P.18.0546.N, N.C., 2019/4, p. 313-314 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p313 Wanneer de rechter zich uitspreekt over de rechtsgeldigheid van de wijze waarop de zaak aanhangig is gemaakt, doet hij uitspraak over de wijze waarop de strafvordering is uitgeoefend. Indien blijkt dat de appelrechters reeds uitspraak hebben gedaan over de regelmatigheid van de wijze waarop de correctionele rechtbank in deze zaak na het wegvallen van de samenhang met de titularis van een voorrecht van rechtsmacht werd gevat, is dit een beslissing van de rechter over een geschilpunt. Het arrest dat later anders oordeelt, schendt artikel 19, eerste lid Ger.W.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p313
Cass., 28/11/2018, P.18.0729.F, N.C., 2019/4, p. 315-316 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p315 Wanneer de procureur des Konings de bijzondere verbeurdverklaring ex artikel 43bis Sw. schriftelijk heeft gevorderd en indien de beoogde zaken niet meer kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, is de raming van de geldwaarde altijd in het debat voor de feitenrechter. Indien het Openbaar Ministerie in zijn schriftelijke vordering de geldwaarde van de vermogensvoordelen heeft geraamd en de rechtbank heeft verzocht om met name die som verbeurd te verklaren, kan de rechter de bijzondere verbeurdverklaring bij equivalent uitspreken voor een hoger bedrag dan het in die schriftelijke vordering vermelde bedrag. In een dergelijk geval is hij niet verplicht om voorafgaandelijk de beklaagde uitdrukkelijk de gelegenheid te geven daarover verweer te voeren. Het recht van verdediging is afdoende gewaarborgd doordat de beklaagde ingevolge de schriftelijke vordering van de procureur des Konings weet dat tegen hem een bijzondere verbeurdverklaring bij equivalent van vermogensvoordelen kan worden uitgesproken en wegens welke telastleggingen. Hij is aldus in de gelegenheid verweer te voeren over de mogelijkheid van de toepassing van die facultatieve straf, de raming en de omvang ervan.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p315
Cass. (2e k.), 26/02/2019, P.18.1130.N, N.C., 2019/4, p. 316-317 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p316 Uit artikel 144ter, § 5 Ger.W. volgt dat een procespartij niet de onontvankelijkheid van de strafvordering kan opwerpen omdat de federale procureur niet op de in artikel 144ter, § 3 Ger.W. bepaalde wijze heeft beslist de strafvordering te zullen uitoefenen en de strafvordering bijgevolg door de territoriaal bevoegde procureur des Konings had moeten worden ingesteld.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p316
Cass., 26/03/2019, P.18.1273.N, N.C., 2019/4, p. 317-318 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p317 De rechter kan het strafbaar opzet voor het plegen van het misdrijf bepaald in de artikelen 322 en 323 Sw. afleiden uit alle hem regelmatig voorgelegde gegevens die aan de tegenspraak van de partijen zijn voorgelegd, zoals de gegevens vermeld in de berichten opgeslagen in een gsm toebehorende aan een andere beklaagde.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p317
Cass. (2e k.), 30/04/2019, P.19.0065.N, N.C., 2019/4, p. 318-319 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p318 Een daad van vervolging die de verjaring stuit, is een daad van een daartoe bevoegde overheid, die tot doel heeft de strafvordering in te stellen of verder uit te oefenen. Het enkele feit dat die daad behept is met een onregelmatigheid die niet met zich meebrengt dat hij uitgaat van een onbevoegde overheid of zelf nietig is, doet geen afbreuk aan de stuitende werking.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p318
Cass. (2e k.), 07/05/2019, P.19.0063.N, N.C., 2019/4, p. 319-321 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p319 Luidens artikel 40 Taalwet gerechtszaken zoals gewijzigd door de wet van 25 mei 2018 zijn de regels van de Taalwet voorgeschreven op straffe van nietigheid, onverminderd de toepassing van de artikelen 794, 861 en 864 Ger.W. Deze bepaling is onmiddellijk van toepassing op alle rechtsplegingen waarover de rechter nog dient te beslissen. Een dekking van een nietigheid door een niet zuiver voorbereidend vonnis of arrest dat op tegenspraak is gewezen onder de oude wetgeving, blijft verworven. Overeenkomstig artikel 861 Ger.W. kan een proceshandeling alleen nietig worden verklaard indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt. Artikel 864 Ger.W. houdt in dat de nietigheid gedekt wordt indien zij niet tegelijk en vóór enig ander middel wordt voorgedragen.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p319
Cass. (2e k.), 28/05/2019, P.19.0130.N, N.C., 2019/4, p. 321-329 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p321 Er is wettige verdediging wanneer iemand die niet in de mogelijkheid verkeert om een ernstige en ogenblikkelijke aanranding tegen zijn persoon of tegen een derde te ontwijken anders dan door het misdrijf te plegen, zich op een evenredige manier tegen die onrechtmatige aanval verweert. Het door artikel 422bis Sw. beoogde schuldig verzuim is algemeen. Uit de tekst van de bepaling volgt dat dit wanbedrijf bestaat ongeacht de oorsprong van de toestand van groot gevaar. Het is dus zonder belang of de gevaarsituatie werd veroorzaakt door het slachtoffer zelf of door een derde en of die toestand een gevolg is van een onachtzaamheid of een opzettelijk handelen. Hij die zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk toebrengen van slagen en tevens wetens en willens verzuimt de persoon die hij heeft geslagen en die ten gevolge daarvan in groot gevaar verkeert, hulp te verlenen of te verschaffen, is ook schuldig aan het door artikel 422bis Sw. bedoelde wanbedrijf.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p321
Hof van Beroep, Brussel, 29/01/2019, N.C., 2019/4, p. 329-335 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/ncrim2019_4p329 Een vrouw wordt in hoger beroep veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf internationale parentale ontvoering van artikel 432 Sw. De nasleep van de concrete casus maakt duidelijk dat de afhandeling van dergelijke zaken bijzonder complex is, gelet op het feit dat er twee rechtstakken betrokken zijn: het burgerlijk recht en het strafrecht. De noot onder dit arrest toont aan dat beide procedures elkaars finaliteit kunnen ondergraven.

]]>
Thu, 01 Aug 2019 00:00:00 +0200 ncrim2019_4p329