Strada lex - Tijdschriften - Limburgs Rechtsleven https://www.stradalex.com/ Strada lex - Tijdschriften - Limburgs Rechtsleven fr-be Copyright 2019 Strada lex - DBiT info@stradalex.com (info) Strada lex - Tijdschriften - Limburgs Rechtsleven https://www.stradalex.com/img/public/logo.png https://www.stradalex.com/ 103 60 Logo Strada lex Valkeneers, R., « Adam ubi es?: het horen van een contractueel personeelslid in de private en publieke sector (deel 2). », L.R., 2019/3, p. 183-209 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p183 Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p183 Hof van Cassatie, 15 februari 2019, C.18.0401.N, L.R., 2019/3, p. 210-212 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p210 Voor de bepaling van de omvang van de dekking door een verzekeringsovereenkomst kan bij toepassing van artikel 4 WMPC niet worden volstaan door loutere verwijzing in de bijzondere voorwaarden naar de algemene voorwaarden.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p210
Hof van beroep te Antwerpen (Kamer B3), 25 april 2018, 2015/AR/614, L.R., 2019/3, p. 213-216 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p213 De wet- en regelgeving inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening is van openbare orde. Het voorwerp van de uitgevoerde overeenkomst, een niet-vergunde veranda, is strijdig met de openbare orde. De aannemingsovereenkomst inzake deze bouwwerken is dan ook nietig. De geoorloofdheid van een overeenkomst moet op het tijdstip van het sluiten ervan worden beoordeeld. De overeenkomst is bijgevolg door een absolute nietigheidsgrond aangetast. De nietige overeenkomst kan niet herleven middels een regularisatie, bestaande in het laten vergunnen van het betreffende bouwwerk. Van deze overeenkomst kan geen uitvoering worden gevorderd evenmin als een vervangende schadevergoeding wegens gebrekkige uitvoering. Partijen moeten worden geplaatst in de toestand die zou hebben bestaan ware er geen overeenkomst geweest en dit met terugwerkende kracht. De plicht tot teruggave die hieruit voortvloeit moet in principe in natura worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, dan dient een tegenwaarde te worden teruggegeven op grond van de regels inzake de verrijking zonder oorzaak.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p213
Hof van beroep te Antwerpen (Kamer B3), 3 oktober 2018, 2015/AR/614, L.R., 2019/3, p. 217-229 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p217 Als gevolg van de absolute nietigheid van een aannemingsovereenkomst moeten partijen worden geplaatst in de toestand die bestaan zou hebben indien er geen overeenkomst was geweest en dit met terugwerkende kracht. Gezien het herstel in de oorspronkelijke staat niet mogelijk is, dient een tegenwaarde te worden teruggegeven op grond van de regels inzake de verrijking zonder oorzaak. Waar de aannemer betaling ontving van de voor de constructie bedongen prijs, dient hij aldus de genomen winst terug te betalen. De kostprijs van de materialen en de arbeid die aan de bouwheer ten goede komen kan door de aannemer behouden blijven. De teruggave leidt niet tot een maatschappelijk onaanvaardbare of onrechtmatige oplossing, noch brengt die aan één van de contractpartijen toe te kennen teruggave de preventieve rol van de sanctie van absolute nietigheid in het gedrang, noch vereist de sociale orde dat één van de medecontractanten zwaarder wordt getroffen. Er is dan ook geen reden om de restitutie van de betaalde winst te weigeren. Waar geen van de beide partijen zich als gevolg van de nietigverklaring mag verrijken, dient de vordering van de bouwheer tot terugbetaling van de winst te worden gecompenseerd met de verrijking in zijnen hoofde, die erin bestaat dat hij het bouwwerk behoudt en er tot op vandaag het genot van heeft.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p217
Hof van beroep te Antwerpen (7b kamer), 25 februari 2019, 2018/AR/141 en 2018/AR/2033, L.R., 2019/3, p. 230-234 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p230 Ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep is het geschil in zijn geheel aan de eerste rechter onttrokken en aanhangig bij het hof. Bijgevolg konden het wrakingsverzoek en het verzoek tot vervanging van de gerechtsdeskundige niet voor de eerste rechter worden gebracht maar dienden zij bij het hof te worden ingesteld. De omstandigheid dat de appelrechter die een onderzoeksmaatregel bevestigt een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel anders beoordeelt dan de eerste rechter doet er niet aan af dat hij toepassing dient te maken van artikel 1068, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek en de zaak in zoverre de beoordeling ervan afhankelijk is van de resultaten van de onderzoeksmaatregel dient te verwijzen naar de eerste rechter.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p230
Hof van beroep te Antwerpen (Kamer B7), 9 april 2019, 2018/AR/556, L.R., 2019/3, p. 235-237 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p235 Een bekentenis is een, na het tegen haar aangevoerd feit, opgestelde verklaring, waardoor een partij de juistheid bevestigt van dit feit, die het bestaan van dit tegen haar ingeroepen feit bevestigt en die als bewijs tegen haar gebruikt kan worden door de tegenpartij. Een bekentenis is een eenzijdige handeling, die uitgaat van degene tegen wie ze wordt ingeroepen, die gesteund is op een geldige wilsuiting, die betrekking heeft op een betwist feit, betwiste overeenkomst of verbintenis, waarbij niet vereist is dat een reeds ontstane en actuele betwisting bestaat en van welk feit de auteur van de bekentenis persoonlijk kennis heeft. WhatsApp-berichten kunnen voldoen aan de voorwaarden van een buitengerechtelijke erkentenis en derhalve de bewijskracht hebben die van rechtswege aan elke bekentenis toekomt en die zich als dusdanig opdringt aan de rechter. Een buitengerechtelijke bekentenis zoals bedoeld in artikel 1354 van het Burgerlijk Wetboek is aan geen enkele vormvereiste onderworpen, in tegenstelling tot het bewijs door geschrift. Het is een loutere verklaring, die na het materiële feit of rechtsfeit wordt afgelegd.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p235
Hof van beroep te Antwerpen (Kamer B5), 11 april 2019, 2018/EV/48 en 2019/EV/2, L.R., 2019/3, p. 238-248 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p238 Een akte waarmee een schuldenaar aangifte van betaling doet overeenkomstig artikel XX.102 van het Wetboek van Economisch Recht is geen akte waarmee een geding wordt ingeleid. De schuldenaar is niet te aanzien als een procespartij in de latere beslissing van de rechtbank over de gedane aangifte. Hij kan daartegen geen hoger beroep, maar enkel derdenverzet aantekenen.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p238
Arbeidsrechtbank Antwerpen (afdeling Tongeren, 1ste kamer), 5 december 2018, 18/317/A, L.R., 2019/3, p. 249-258 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p249 Een concurrentiebeding heeft uitwerking bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord, tenzij de partijen bij dit akkoord de uitwerking van dit beding uitdrukkelijk uitsluiten. Het loonbegrip dat geldt voor artikel 39, § 1 van de Arbeidsovereenkomstenwet geldt ook bij de bepaling van de vergoeding wegens ongeoorloofde concurrentie. Door bij het cliënteel de indruk te wekken dat hij het enige aanspreekpunt was voor een bepaalde producent in België en dat zijn nieuwe werkgever de enige was die voortaan deze producten aan het cliënteel kon leveren, maakt de werknemer zich schuldig aan oneerlijke concurrentie. Een korting voorstellen van maar liefst 20 % op de gangbare prijzen met de bedoeling om bij de potentiële klant een ‘shockeffect' te creëren in de hoop dat deze potentiële klant de samenwerking met de vorige werkgever opzegt, is een daad van oneerlijke concurrentie en deloyaal.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p249
Arbeidsrechtbank Antwerpen (afdeling Tongeren, 1ste kamer), 7 januari 2019, 17/904/A, L.R., 2019/3, p. 259-270 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p259 Het ontslag wegens een gerechtvaardigde klacht van een werknemer omwille van laattijdige betaling van zijn onkosten is kennelijk onredelijk. Aangezien de werknemer niet aantoont waarom hij aanspraak zou kunnen maken op de maximale schadevergoeding van 17 weken, is een schadevergoeding van vijf weken gepast. Daarnaast brengt de partij die enkel verwijst naar gedateerde elementen onvoldoende inhoudelijk bewijs bij om op voldoende wijze aan te kunnen tonen dat het concrete ontslag niet kennelijk onredelijk was. De verplaatsingstijd moet als arbeidstijd in aanmerking worden genomen als de werknemer tijdens de verplaatsing naar klanten een andere opdracht kan krijgen.

]]>
Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p259
« DIVERSE RUBRIEKEN (Limburgs Rechtsleven 2019/2). », L.R., 2019/3, p. 271-278 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p271 Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p271 Vanhelmont, P., « BOEKBESPREKING (Limburgs Rechtsleven 2019/3) », L.R., 2019/3, p. 279-282 https://www.stradalex.com/DBPro/NL/Document/html/getDocFromRss/sl_rev/lire2019_3p279 Mon, 30 Sep 2019 00:00:00 +0200 lire2019_3p279